Niet zomaar accountants en adviseurs       

Fiscale actualiteiten september 2017

Profiteer van een LIV

Heeft u werknemers van 22 jaar en ouder in dienst die niet meer dan 125% van het minimumloon verdienen? Dan komt u waarschijnlijk in aanmerking voor een lage-inkomensvoordeel (LIV). En daar hoeft u helemaal niets voor te doen.

Sinds 1 januari 2017 kunnen werkgevers een vergoeding krijgen voor werknemers met een laag inkomen.

  • De werknemer is verzekerd voor de werknemersverzekeringen.
  • De werknemer heeft een gemiddeld uurloon van minimaal 100% en maximaal 125% van het 
wettelijk minimumloon voor werknemers van 22 jaar en ouder.
  • De werknemer heeft ten minste 1.248 verloonde uren per jaar.
  • De werknemer heeft de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet 
bereikt.

De hoogte van de vergoeding die werkgevers kunnen krijgen, hangt af van het aantal verloonde uren van de werknemer en van zijn gemiddelde uurloon. De onderstaande vergoedingen gelden per werknemer.

Uitbetaling

De Belastingdienst zorgt voor de uitbetaling van het LIV. Dat gaat als volgt in zijn werk.

  • Vóór 15 maart 2018 stuurt het UWV een voorlopige berekening van het LIV. Die berekening is gebaseerd op uw aangiften en 
correcties over 2017 die u tot 
31 januari 2018 heeft ingediend.
  • Tot en met 1 mei 2018 kunt u correcties over 2017 sturen. Die worden nog verwerkt in de definitieve berekening van het LIV.
  • De Belastingdienst stuurt u vóór 
1 augustus 2018 de definitieve 
berekening van het LIV.
  • Het LIV wordt uiterlijk op 
12 september 2018 uitbetaald.

Jeugd-LIV

Vanaf 1 januari 2018 heeft u mogelijk ook recht op jeugd-LIV. Deze tegemoetkoming geldt voor werknemers van 18 tot en met 
22 jaar met een uurloon dat hoort bij het wettelijk minimumjeugdloon.

Gemiddeld uurloonLIV per verloond uurMaximaal LIV per jaar
€ 9,66 tot € 10,64€ 1,01€ 2.000
€ 10,64 tot € 12,08€ 0,51€ 1.000

Meer weten? Neem contact met ons op.

info@boekzo.nl info@boekzo.nl
0486-820 203


EIA 2017 achteraf verlaagd

De energie-investerings-aftrek (EIA) was sinds dit jaar 57,5% Dit percentage is onlangs achteraf per 
1 januari 2017 verlaagd naar 55. Deze verlaging was al voorzien en is ingevoerd om het openstellen van de innovatiebox voor gewasbeschermingsmiddelen te financieren.


Bijtelling privégebruik auto gewijzigd?

Rijdt u of uw personeel een auto van de zaak met een verlaagde bijtelling van 14% of 20%? Dan is uw bijtelling privégebruik auto mogelijk gewijzigd.

De wijziging betreft auto’s met een CO2-uitstoot van meer dan 50 gram per kilometer, die vóór 1 juli 2012 voor het eerst op naam zijn gesteld. Is de auto op of na 1 juli 2012 van eigenaar gewisseld, dan geldt de bijtelling van 14% of 20% tot 1 juli 2017. Vanaf 1 juli 2017 is de bijtelling privégebruik voor deze auto’s verhoogd naar 25%. Is de auto sinds 1 juli 2012 niet van eigenaar gewisseld, dan blijft de verlaagde bijtelling nog tot en met 31 december 2018 van toepassing.

Voor andere auto’s hoeft u niet na te gaan of de auto van eigenaar is gewisseld. Voor deze auto´s blijft de bijtelling 60 maanden duren, ook als de auto van eigenaar is gewisseld. De termijn van 
60 maanden start op de eerste dag van de maand waarin de auto voor het eerst op naam is gesteld. Na 60 maanden bepaalt u opnieuw de bijtelling volgens de dan geldende wetgeving. Is op dat moment geen verlaagde bijtelling van toepassing op de desbetreffende auto? Dan geldt het normale tarief van 25%.


Loonkostenvoordelen vanaf 2018

Vanaf 1 januari 2018 geldt een nieuwe tegemoet-koming in de loonkosten voor werkgevers. Deze loonkostenvoordelen (LKV’s) moeten zorgen voor betere kansen op de arbeidsmarkt voor kwetsbare groepen werknemers.

Er komen vier loonkostenvoordelen:

  1. LKV oudere werknemer
  2. LKV arbeidsgehandicapte 
werknemer
  3. LKV doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden
  4. LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer

Voorwaarden

Ieder LKV kent eigen voorwaarden. Voor alle LKV’s moet de werknemer een doelgroepverklaring hebben.

Deze doelgroepverklaring moet de werknemer aanvragen bij de gemeente of het UWV. Als uw werknemer u daarvoor machtigt, kunt u de doelgroepverklaring ook zelf aanvragen. Voldoet u aan de voorwaarden voor een LKV, dan vraagt u het LKV aan in uw aangifte loonheffingen.

Uitbetaling

Voldoet de werknemer aan de voorwaarden voor verschillende LKV’s, dan vraagt u ze allemaal aan. Het hoogste LKV wordt dan aan u uitbetaald. U krijgt per werknemer dus maximaal één LKV uitbetaald. Heeft u ook recht op een ‘lage- inkomensvoordeel’ (LIV)? Dan krijgt u het LKV alleen uitbetaald als dat hoger of gelijk is aan het LIV. Heeft u ook recht op jeugd-LIV? Dan krijgt u zowel LKV als jeugd-LIV uitbetaald. De Belastingdienst betaalt de LKV’s over 2018 automatisch aan u uit in 2019.


Innovatiebox 
goedgekeurd

Is de innovatiebox in internationaal verband wel houdbaar? Die vraag komt regelmatig op. Goed nieuws: onlangs heeft de Europese Gedragscodegroep de innovatiebox goedgekeurd. De EU zal daarom niet stellen dat de huidige regels schadelijke belastingconcurrentie opleveren. Het blijft wél onzeker of de innovatiebox staatssteun inhoudt.


Ondernemer: let op 
vormgeving coöperatie!

De coöperatie is een steeds populairdere ondernemingsvorm. De vormgeving van een coöperatie is wel zeer belangrijk.

Een coöperatie wordt veel gebruikt als samenwerkingsverband tussen ondernemers voor bijvoorbeeld gezamenlijke inkoop of marketing. Zo kan een individuele ondernemer toch gebruikmaken van de voordelen van een collectief.

De coöperatie is een rechtspersoon die op eigen naam en voor eigen rekening en risico optreedt. Ze is belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Winstuitkeringen van de coöperatie zijn aftrekbaar van de winst, voor zover deze worden uitgekeerd aan leden die een natuurlijke persoon zijn. Hierdoor is het veelal mogelijk om de belaste winst van de coöperatie te beperken.

De winstuitkeringen zijn vervolgens belast bij de leden. Deze structuur is vooral interessant voor leden die ondernemer zijn voor de inkomstenbelasting. Bij hen wordt de winstuitkering belast als winst uit onderneming, waarop verschillende faciliteiten van toepassing zijn, zoals de mkb-winstvrijstelling.

Let op: lidmaatschap van een coöperatie leidt niet automatisch tot ondernemerschap. Een coöperatie is fiscaal niet transparant. Het ondernemerschap moet worden beoordeeld aan de hand van de activiteiten die het lid voor eigen rekening en risico uitoefent. Als het lid uitsluitend werkt voor de coöperatie, zal geen sprake zijn van ondernemerschap, maar van een dienstbetrekking. Een ondernemer zal dus eigen klanten moeten hebben. Het is niet handig om alle contracten op naam van de coöperatie af te sluiten. Denk dus goed na over de vormgeving van een coöperatie en de fiscale gevolgen daarvan.


Herziening btw ook voor kostbare diensten

Vanaf 1 januari 2018 geldt de herzieningsregeling in de btw ook voor kostbare diensten. Bij onroerende en roerende zaken gelden al herzieningsregelingen van tien respectievelijk vijf jaar. De nieuwe herzieningsregeling geldt voor kostbare diensten waarop voor de inkomsten- of vennootschapsbelasting wordt afgeschreven. Daarbij moet allereerst worden gedacht aan verbouwingsdiensten voor onroerende zaken. De voorbelasting die in aftrek is gebracht op de verbouwingsdienst, wordt vanaf 1 januari 2018 in tien jaar na 
ingebruikname herzien als de verbouwingsdienst niet langer wordt gebruikt voor belaste prestaties. Dat geldt ook voor andere kostbare diensten, zoals speciaal ontwikkelde software. Daarbij geldt een herzieningstermijn van vijf jaar. De nieuwe regeling zal ook gelden voor kostbare diensten die vóór 
1 januari 2018 zijn afgenomen.


Handvatten inrichtingseisen zakelijke bestelauto’s

Voor bestelauto’s van de zaak die naar aard of inrichting (nagenoeg) uitsluitend geschikt zijn voor het vervoer van goederen geldt geen forfaitaire bijtelling. Een aantal bestelauto’s zonder dubbele cabine behoort volgens de Belastingdienst tot deze categorie.

Dit blijkt uit documenten die zijn vrijgegeven naar aanleiding van een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. De forfaitaire bijtelling geldt niet voor:

  • De bestelauto waarvan

    • de bijrijdersstoel is verwijderd; én
    • de bevestigingspunten van de bijrijdersstoel zijn weggeslepen of dichtgelast.
  • De bestelauto waarvan

    • het vloeroppervlak van de laadruimte 90% of meer van het totale vloeroppervlak bedraagt.
  • De bestelauto die

    • zo groot is dat deze niet in een parkeergarage past; én
    • voorzien is van stellingen; én
    • waarvan de bijrijdersstoel functioneel is voor het laden en lossen (dus rijdt de bijrijder ook mee om andere hoofdwerkzaamheden van de onderneming uit te voeren?).

Hoe groter de auto of hoe specifieker de aanpassingen van de auto aan de aard van de onderneming, des te geringer wordt het belang om de bijrijdersstoel te gebruiken. Volgens de Hoge Raad was bij een hoogte van 2,6 meter en een lengte van ongeveer 6,5 meter de aanwezigheid of het gebruik van een tweede stoel in de cabine niet relevant. De bijtelling geldt ook niet voor bestelauto’s die door ernstige vervuiling en/of vanwege de stank niet geschikt zijn voor privégebruik. Dan wordt ook niet gekeken naar de rol van de bijrijdersstoel.

Mogelijk heeft ook u auto’s waarvoor een bijtelling op grond van deze documenten achterwege mag blijven. Neem contact met ons op voor meer informatie.

info@boekzo.nl info@boekzo.nl
0486-820 203


Conserverende aanslag bij Emigratie

Een emigratie heeft in veel gevallen ook fiscale gevolgen. Bij emigratie legt Nederland een zogenoemde conserverende aanslag op voor opgebouwde pensioenen en lijfrenten (niet zijnde stamrechten). Maar volgens de Hoge Raad mag dat niet altijd.

Gaat u emigreren, dan kan de Belastingdienst een conserverende aanslag opleggen voor de pensioen- en lijfrenten die u heeft opgebouwd. Voor deze aanslag kunt u tien jaar uitstel van betaling krijgen. Komt uw pensioen of lijfrente binnen die termijn regulier tot uitkering, dan wordt de conserverende aanslag kwijtgescholden. Koopt u bijvoorbeeld binnen de tienjaarstermijn uw pensioen of lijfrente af, dan wordt het bedrag van de conserverende aanslag ingevorderd.

Als alleen de nieuwe woonstaat belasting mag heffen over uw pensioen- en lijfrente-uitkeringen, moet Nederland daar volgens de Hoge Raad bij emigratie rekening mee houden. Voor lijfrenten mag Nederland dan alleen een conserverende aanslag opleggen voor de premies die hiervoor zijn betaald in de periode tussen 
1 januari 1992 en 1 januari 2001 en na 15 juli 2009. Voor pensioenen mag Nederland dan alleen de aanspraken en bijdragen in aanmerking nemen van na 15 juli 2009. Een emigratie kan grote fiscale gevolgen hebben. Raadpleeg ons daarom altijd voorafgaand aan uw emigratie.

BoekZo aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de juistheid of volledigheid van de in deze uitgave vermelde informatie noch voor het op enigerlei wijze gebruikmaken van deze informatie. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronische bestanden of welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van BoekZo.

Meer informatie?

Voor meer informatie kunt u uiteraard contact met ons opnemen via:

info@boekzo.nl info@boekzo.nl
0486-820 203

Aangesloten bij

Strategische samenwerking met