Niet zomaar accountants en adviseurs       

Belastingadvies

Heeft u vragen over het onderstaande, neem dan contact op met ons via telefoonnummer 0486 – 820 203 of per e-mail via info@boekzo.nl.

Gebruikelijkloonregeling 2015 en 2016 voor DGA’s

Als u in loondienst bent bij uw eigen B.V. heeft u te maken met de gebruikelijkloonregeling. Kort gezegd komt deze regeling er op neer dat uw loon een zakelijke hoogte moet hebben.

Hiervan was tot 1 januari 2015 in ieder geval sprake als uw salaris minimaal 70% bedroeg van het salaris dat een werknemer in een soortgelijke dienstbetrekking heeft en minimaal € 44.000 was.

Maar hiervan is vanaf 1 januari 2016 in ieder geval sprake als uw salaris minimaal 75% bedraagt van het salaris dat een werknemer in de meest vergelijkbare dienstbetrekking heeft en minimaal € 44.000 is.

Als uitzondering op deze hoofdregel blijft de mogelijkheid van tegenbewijs bestaan; u kunt van bovenstaande norm afwijken als u aannemelijk maakt dat een werknemer in de meest vergelijkbare dienstbetrekking met die van u, minder dan € 44.000 verdient.

Wat geldt voor 2015? Als u met de belastingdienst voor 1 januari 2015 een afspraak heeft gemaakt over uw gebruikelijk loon is deze afspraak met ingang van 1 januari 2015 in principe komen te vervallen. Dit geldt niet voor salarissen die in overleg met de belastingdienst op een bedrag lager dan € 44.000 zijn vastgesteld. Bij salarissen daar boven mag/moet – bij wijze van tussenoplossing – voor het jaar 2015 een salaris worden verloond van 75/70 van het loon in 2014 (bij gelijkblijvende feiten en omstandigheden).

Dividend vs. salaris

Achtergrond van de gebruikelijk loonregeling is mede het verschil in belastingdruk op salaris en de belastingdruk op dividend. Salaris is belast tegen de progressieve tarieven van box 1. Dit tarief bedraagt al snel 42% en bij een belastbaar inkomen uit werk en woning van meer dan € 57.586 (zelfs) 52%.

De belasting heffen over dividend verloopt anders. Dividend is een uitkering van winst van uw B.V. na betaling van vennootschapsbelasting. Het vennootschapsbelastingtarief bedraagt voor winsten tot € 200.000 20%, daarboven 25%. Uitgaande van een winst van
€ 100.000 is daarover dus 20% vennootschapsbelasting verschuldigd (€ 20.000). Als u de winst na vennootschapsbelasting (€ 80.000) als dividend uitkeert, bent u daarover 25% inkomstenbelasting verschuldigd (€ 20.000).

De gecombineerde belastingheffing in de BV is dus 40%. Dit is aanzienlijk lager dan de belastingheffing op salaris van 42% of zelfs 52%! Het is dus raadzaam om uw salaris zorgvuldig vast te stellen en om het te verlagen als uw resultaat achterblijft bij de prognose.

Werkkostenregeling (WKR)

Sinds 1 januari 2015 is de toepassing van de WKR verplicht. Deze regeling heeft de diverse vergoedingen en verstrekkingen die u op grond van de regeling tot 1 januari 2015 belastingvrij aan uw personeel kon doen vervangen. De WKR is in essentie een eenvoudige regeling.

Hoofdregel is en blijft: alles wat werkgevers aan hun werknemers vergoeden of verstrekken ten behoeve van de dienstbetrekking is belast als loon. Uitzondering hierop is de vrijstelling voor bepaalde gerichte vergoedingen en verstrekkingen die werkgevers onbelast aan hun werknemers mogen doen. Daarnaast is er een zogenaamde vrije ruimte ter grootte van 1,2% van de jaarlijkse fiscale loonsom. Deze kan worden gebruikt om vergoedingen en verstrekkingen te doen die niet onder een gerichte vrijstelling vallen.

Gerichte vrijstellingen

Er zijn gerichte vrijstellingen voor het vergoeden of verstrekken van onder meer:

  • vervoer en reiskosten, waaronder woon-werkverkeer, bijvoorbeeld abonnementen en losse kaartjes voor reizen met het openbaar vervoer en vergoedingen voor reizen met eigen vervoer van maximaal € 0,19 per zakelijke kilometer;
  • tijdelijk verblijf in het kader van de dienstbetrekking, zoals overnachtingen tijdens dienstreizen en maaltijden;
  • cursussen, congressen, vakliteratuur en dergelijke voor het onderhouden en verbeteren van de kennis en vaardigheden die nodig zijn voor het werk;
  • studie- en opleiding;
  • maaltijden bij overwerk, koopavonden, dienstreizen en dergelijk;
  • gereedschappen, computers, communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur, die noodzakelijk zijn voor een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking.

U mag voor gerichte vrijstellingen ook nog steeds een vaste vergoeding geven. Maar dan moet u wel altijd vooraf onderzoek doen naar de werkelijke kosten. Deze voorwaarde geldt alleen bij nieuwe vaste kostenvergoedingen. Voor vaste kostenvergoedingen die al bestonden voordat u de werkkostenregeling ging toepassen, hoeft u niet opnieuw onderzoek te doen als de omstandigheden waarop u de vergoeding hebt gebaseerd, gelijk zijn gebleven.

Vrije ruimte

Binnen de vrije ruimte kunnen vergoedingen en verstrekkingen worden gedaan die niet gericht zijn vrijgesteld. Hierbij hoeft u niet meer te toetsen of uw werknemer de vergoeding of verstrekking zakelijk of privé gebruikt. Wel geldt de gebruikelijkheidstoets. Deze houdt in dat vergoedingen en verstrekking die u in de vrije ruimte wilt onderbrengen niet meer dan 30% mogen afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. Het bedrag dat boven de 30%-grens uitkomt, is loon van de werknemer.

Bij vergoedingen of verstrekkingen tot een bedrag van € 2.400 per persoon per jaar gaat de belastingdienst er vanuit dat dit gebruikelijk is. De gebruikelijkheidstoets is dan ook alleen van belang bij vergoedingen of verstrekkingen die dit bedrag te boven gaan.

Normbedragen en cafetariaregeling

De invoering van de WKR heeft geen wijzigen meegebracht voor de normbedragen voor maaltijden die u op de werkplek verstrekt, voor huisvesting en inwoning op de werkplek en voor kinderopvang op de werkplek. Ook kunt binnen de WKR nog steeds gebruikmaken van een cafetariaregeling.

Wet werk en zekerheid

Op 1 januari 2015 is de Wet werk en zekerheid van kracht. Dit heeft ingrijpende gevolgen voor de regels in het arbeidsrecht. De belangrijkste daarvan zijn de volgende:

  • arbeidsovereenkomsten voor een periode van zes maanden of minder die zijn aangegaan na 31 december 2014 mogen geen proeftijd meer bevatten;
  • arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd mogen in principe geen concurrentiebeding (hieronder valt waarschijnlijk ook een zg. relatiebeding) meer bevatten. Dit is slechts anders als zwaarwichtige bedrijfs- of dienstbelangen een dergelijk beding vereisen;
  • werkgevers van tijdelijk personeel met een arbeidsovereenkomst van zes maanden of langer moeten de werknemer voortaan altijd een maand voor het einde van de arbeidsovereenkomst schriftelijk informeren of zij de overeenkomst wel of niet willen verlengen. Gebeurt dit niet, dan is de werkgever een maandloon verschuldigd;
  • werknemers krijgen vanaf juli 2015 na drie tijdelijke contracten binnen twee jaar al recht op een vast contract. Nu geldt een periode van drie jaar. Daarnaast worden contracten vanaf 1 juli 2014 als opeenvolgend gezien als zij elkaar met een tussenperiode van maximaal zes maanden opvolgen. Thans is dat nog drie maanden.

Verlaagd btw-tarief bij verbouwing tot 30 juni 2015

Het tijdelijk lage btw-tarief van 6% op arbeidskosten bij renovatie en herstel van bestaande woning is van toepassing tot 30 juni 2015. Voor een succesvol beroep op dit verlaagd tarief is het wel strikt vereist dat de verbouwing is afgerond voor 30 juni 2015.

Neem contact op!

Tel nr: 0486 – 820 203 of e-mail:    info@boekzo.nl   0486 – 820 203   info@boekzo.nl

Wilt u liever dat wij contact met u opnemen? Laat uw gegevens achter en wij bellen u terug!

Aangesloten bij

Strategische samenwerking met