Niet zomaar accountants en adviseurs       

Gebruikelijk loon DGA

Geen cassatieberoep tegen Hof Amsterdam over verwerping afroommethode

Staatssecretaris Wiebes (Financiën) ziet af van cassatie tegen een uitspraak van Hof Amsterdam van 12 januari 2016 over de toepassing van de zogenaamde afroommethode: een DGA drijft via BV’s een juridisch adviesbureau. Hij heeft een brutoloon gehad van afgerond € 63.000. De Inspecteur heeft het salaris verhoogd met afgerond € 47.000.

Deze correctie heeft de belastingdienst vastgesteld via de zogenoemde afroommethode: De Belastingdienst verhoogde hierbij het gebruikelijk loon van deze dga met als uitgangspunt de omzet van de BV, die beschouwd werd als behaald door de arbeid van de dga, welke omzet vervolgens werd verminderd met de kosten van de BV en met een winstmarge van 10% voor de BV.

Het restant (omzet minus kosten minus 10%) werd beoordeeld door de belastingdienst als zijnde geheel het salaris van de DGA. Dit leverde bovengenoemde correctie op.

Hof Amsterdam oordeelt echter dat deze afroommethode pas geldt als er niet (voldoende) gegevens zijn over het gebruikelijk loon in een soortgelijke of meest vergelijkbare dienstbetrekking. Eerst moet dus de toetsing naar een soortgelijke (vanaf 2015 meest vergelijkbare) dienstbetrekking plaats vinden, en lukt dat niet, dan pas is de toetsing op basis van de afroommethode mogelijk.

De mogelijkheid de afroommethode toe te passen doet zich in de casus niet voor.

Dus moet de vergelijkingsmethode (inmiddels vanaf 1 januari 2015) de meest vergelijkbare dienstbetrekking) worden toegepast en zijn partijen het eens dat de ‘vergelijkbare in dit geval een senior jurist is met een salaris van afgerond € 83.000.

Het brutoloon van € 63.000 is hoger dan het in het gebruikelijk loon artikel (Artikel 12a, lid 1, van de Wet Loonbelasting tekst 2012) gemelde minimumbedrag van € 42.000 en wijkt voorts niet in belangrijke mate af van het salaris van de ‘vergelijkbare’ jurist.

Gelet hierop heeft de belastingdienst het salaris ten onrechte gecorrigeerd, aldus het Hof.

Einde van de afroommethode in zicht!

Mogelijkerwijs fronst u uw wenkbrauwen als u het woord afroommethode uit de mond van een fiscalist hoort: ‘gaat hij mij nu vertellen hoe ik mijn winst af moet romen zodat ik minder belasting betaal?’. Helaas, ik moet u teleurstellen. In deze blog wil ik u bijpraten over de afroommethode die kan worden gebruikt bij het vaststellen van een door de belastingdienst geaccepteerd dga-salaris. Minder spectaculair dan een blog over de winstafroommethode, maar zeker niet minder interessant. Sterker nog, het kan zo maar zijn dat u na het lezen van deze blog en juiste implementatie van mijn advies meer belasting kunt besparen dan door een gedeelte van uw winst buiten de boeken te houden!

Een klein college belastingrecht voor de dga in het MKB

Een dga is directeur en aandeelhouder van zijn B.V. De winst van de B.V. is belast met 20% vennootschapsbelasting. De winst na vennootschapsbelasting kan als dividend worden uitgekeerd aan de dga. Daarover is 25% inkomstenbelasting verschuldigd. De belastingdruk op de winst van de B.V. is dus 40%.

De belastingdruk op salaris is al snel hoger. Immers het gedeelte van het salaris boven ongeveer € 66.000 is belast met 52% inkomstenbelasting. Voor een dga is het dus interessant om zoveel mogelijk winst van zijn B.V. als dividend uit te keren en niet als salaris. Dit bespaart 12% belasting!

Besparing DGA van 12%?

Deze mogelijke besparing van 12% wil de wetgever niet. Mede daarom is de zogenaamde gebruikelijkloon-regeling ingevoerd. Deze bepaalt dat een dga een zakelijk salaris moet ontvangen van zijn werkgever, zijn eigen B.V. Maar wat is nu een zakelijk salaris? Goede vraag die lastig te beantwoorden is. Onderwerp waar zowel wetgever, belastingdienst als wij fiscalisten ons regelmatig op stuk hebben gebeten en nog steeds doen. Tot voor kort werd algemeen aangenomen dat dga’s zonder collega’s (lees: B.V.’s met alleen een dga) de afroommethode toe moesten passen. Aldus had de Hoge Raad in het verleden immers beslist.

Afroommethode

De afroommethode houdt in dat een dga zonder collega’s ongeveer 70 a 80% van de omzet van zijn B.V. minus de kosten van de B.V. exclusief salaris als salaris dient te ontvangen. Een voorbeeld:

Omzet B.V. € 200.000
Afschrijvingen € 15.000
Kosten € 35.000
  € 150.000

Bij toepassing van de afroommethode moet het salaris van de dga tussen de € 105.000 en € 120.000 bedragen. Alsdan is minimaal € 39.000 van het salaris belast tegen 52%. Dit is fiscaal verre van interessant. Vandaar dat wij als fiscalisten deze afroommethode soort van vervloeken en de belastingdienst deze toejuicht. Dit leidt dan ook regelmatig tot discussies met de belastingdienst. Hamvraag is of deze afroommethode wel de juiste methode is om het salaris van een dga vast te stellen. Zeker omdat ook een ander methode wettelijke basis heeft en wel de ‘meest-vergelijkbare-dienstbetrekking-methode’, kort gezegd de vergelijkingsmethode.

Vergelijkingsmethode

De vergelijkingsmethode houdt in dat het salaris van de dga moet worden gesteld op het salaris dat iemand in een vergelijkbare dienstbetrekking ontvangt. Concreet: stel dat de B.V. uit het voorbeeld hiervoor een webshop exploiteert en dat uit marktonderzoek blijkt dat een directeur van een webshop van gelijke grootte gemiddeld een salaris ontvangt van € 80.000 dan zou het salaris van de dga uit ons voorbeeld op deze € 80.000 mogen worden gesteld. Sterker nog, hiervan mag met 25% worden afgeweken. Een verdedigbaar salaris zou dan € 60.000 bedragen. Geen euro belast tegen 52%!

Gewoonlijk stelt de belastingdienst dat de afroommethode voorrang heeft op de vergelijkingsmethode. De vraag hoe lang dit nog geoorloofd is.

Hof Den Haag geeft voorkeur aan vergelijkingsmethode

Gerechtshof Den Haag en ook de advocaat-generaal van de Hoge Raad zij namelijk van mening dat als er een vergelijkbare dienstbetrekking is de vergelijkingsmethode prefereert boven de afroommethode.

Het woord is nu aan de Hoge Raad. Ik zie zijn uitspraak met veel vertrouwen tegemoet! Zolang de Hoge Raad nog niet heeft beslist is het pleitbaar om in voorkomende gevallen niet de afroom- maar de vergelijkingsmethode toe te passen. Doe hier uw voordeel mee! De besparing kan enorm groot zijn!

Gebruikelijkloonregeling 2015 en 2016 voor DGA’s

Als u in loondienst bent bij uw eigen B.V. heeft u te maken met de gebruikelijkloonregeling. Kort gezegd komt deze regeling er op neer dat uw loon een zakelijke hoogte moet hebben.

Hiervan was tot 1 januari 2015 in ieder geval sprake als uw salaris minimaal 70% bedroeg van het salaris dat een werknemer in een soortgelijke dienstbetrekking heeft en minimaal € 44.000 was.

Maar hiervan is vanaf 1 januari 2016 in ieder geval sprake als uw salaris minimaal 75% bedraagt van het salaris dat een werknemer in de meest vergelijkbare dienstbetrekking heeft en minimaal € 44.000 is.

Als uitzondering op deze hoofdregel blijft de mogelijkheid van tegenbewijs bestaan; u kunt van bovenstaande norm afwijken als u aannemelijk maakt dat een werknemer in de meest vergelijkbare dienstbetrekking met die van u, minder dan € 44.000 verdient.

Wat geldt voor 2015? Als u met de belastingdienst voor 1 januari 2015 een afspraak heeft gemaakt over uw gebruikelijk loon is deze afspraak met ingang van 1 januari 2015 in principe komen te vervallen. Dit geldt niet voor salarissen die in overleg met de belastingdienst op een bedrag lager dan € 44.000 zijn vastgesteld. Bij salarissen daar boven mag/moet – bij wijze van tussenoplossing – voor het jaar 2015 een salaris worden verloond van 75/70 van het loon in 2014 (bij gelijkblijvende feiten en omstandigheden).

Neem contact op!

Tel nr: 0486 – 820 203 of e-mail:    info@boekzo.nl   0486 – 820 203   info@boekzo.nl

Wilt u liever dat wij contact met u opnemen? Laat uw gegevens achter en wij bellen u terug!

Aangesloten bij

Strategische samenwerking met